Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever leven al decennialang onder de druk van bezetting en geweld

Leestijd: Minuten
 

Op de bezette Westelijke Jordaanoever bepalen Israëlische beperkingen en geweld al jarenlang het dagelijkse leven van Palestijnen en hun toegang tot basiszorg. Sinds het uitbreken van de oorlog in Gaza in 2023 is de situatie nog verder verslechterd. Intussen zijn 1.109 Palestijnen, onder wie minstens 243 kinderen, omgekomen door Israëlische militairen of kolonisten in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Alleen al dit jaar vielen er 74 doden.

In Nablus biedt AZG psychologische hulp aan mensen die gebukt gaan onder de gevolgen van deze realiteit. Vrouwen die door de organisatie worden ondersteund, vertellen over hun dagelijkse strijd en de moeilijkheden die ze ondervinden om toegang te krijgen tot zorg. Die uitdagingen zijn nog groter geworden sinds de Israëlische autoriteiten verschillende internationale hulporganisaties, waaronder AZG, geen registratie meer verlenen.

In 2011 werd de tweejarige dochter van Rana, die een beperking had, ziek. Het gezin woonde in Azzoun Atma en beschikte niet over een auto. Er reden geen taxi's. Het dorp, een enclave in het gouvernement Qalqilya die wordt ingesloten door nederzettingen en afscheidingsmuren, heeft slechts één toegang: een poort die het Israëlische leger slechts enkele uren per dag opent. Die nacht was ze gesloten.

"Mijn dochter stierf omdat we niet weg konden", vertelt de 39-jarige moeder. "We moesten wachten tot de ochtend, tot de poort openging en er een taxi beschikbaar was. Wat ik heb meegemaakt, hebben veel Palestijnse moeders meegemaakt. Ik kan moeilijk geloven dat er ergens ter wereld mensen zijn die meer lijden dan hier."

Rana en haar dochter

Rana, een patiënte van AZG, houdt haar baby van tweeënhalve maand vast in de kliniek van Artsen zonder Grenzen in Nablus. 

Rana heeft vandaag vijf kinderen, onder wie een baby van enkele maanden oud. Twee van haar dochters, een tweeling, hebben zware beperkingen. Op de dag van haar huwelijk, in 2004, werd een deel van haar ouderlijke woning door het Israëlische leger gesloopt. Meer dan twintig jaar later werkt het gezin nog steeds aan de wederopbouw, kamer per kamer, wanneer de financiële middelen het toelaten.

Vanuit haar ramen zie je volgens haar "eerst de muur. Daarna de nederzettingen". Twee Israëlische nederzettingen grenzen aan Azzoun Atma: Sha'arei Tikva en Oranit. Beide zijn illegaal volgens het internationaal recht. Het traject van de afscheidingsmuur tussen deze nederzettingen en Azzoun Atma heeft van het dorp een doodlopende enclave gemaakt.

Israëli checkpoint
Muur

Enkele maanden geleden moest Rana midden in de nacht vertrekken omdat ze op het punt stond te bevallen.

"Ik ging eerst naar Qalqilya", vertelt ze. "Daar kreeg ik een doorverwijsbrief naar een ziekenhuis in Nablus. Maar het was al donker. Mijn man en ik hebben lang getwijfeld, maar uiteindelijk namen we het risico."

Ze was bang, zowel voor zichzelf als voor haar ongeboren kind. Deze keer liep alles goed af.

"De grootste overwinning tegenwoordig is veilig thuiskomen."

Die vaststelling herkennen ook de teams van AZG. Volgens Filipe Ribeiro, hoofd van de missie van AZG in de Westelijke Jordaanoever, weten Palestijnen nooit wat een gewone verplaatsing zal brengen.

"Wanneer Palestijnen 's ochtends hun huis verlaten, weten ze niet zeker of ze 's avonds terug zullen geraken door de vele checkpoints. Iedereen kan worden opgepakt en maanden- of jarenlang zonder proces worden vastgehouden. Daarbovenop komt de constante angst voor aanvallen van kolonisten of militaire invallen."

Eind 2025 telde de VN 925 fysieke obstakels die de bewegingsvrijheid van 3,4 miljoen Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, beperken. 

Vooral het geweld van kolonisten heeft een andere omvang aangenomen: tussen 2023 en 2025 werden minstens 3.088 aanvallen geregistreerd, tegenover ongeveer 1.860 tussen 2021 en 2023, volgens het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties.

Het verhaal van Rana, die haar dochter verloor, staat verre van op zichzelf.

"We zien een systeem waarin toegang tot zorg systematisch wordt belemmerd", zegt Ribeiro. "Checkpoints nemen toe, ambulances worden vertraagd of tegengehouden, medische voertuigen worden geviseerd, ziekenhuizen omsingeld en behandelingen onderbroken. Het ontzeggen van zorg is geen nevenschade, maar een manier van werken."

Door de weigering van de Israëlische autoriteiten om begin 2026 nog 37 internationale humanitaire organisaties, waaronder AZG, te registreren, is de situatie voor de organisatie moeilijker geworden.

"Concreet betekent dit dat we de Israëlische militaire autoriteiten die de Westelijke Jordaanoever controleren niet langer kunnen bellen om de verplaatsingen van onze teams te coördineren. Dat brengt echte veiligheidsproblemen met zich mee", zegt Ribeiro. "We zijn er nooit zeker van dat de bescherming waarop onze teams als humanitaire hulpverleners recht hebben, wordt gerespecteerd wanneer ze Nablus verlaten."

Het inzetten van internationaal personeel is nu onmogelijk voor AZG. De Palestijnse teams op de Westelijke Jordaanoever worden wel op afstand ondersteund vanuit Amman, in Jordanië.

Militaire toren van Israël

Israëlische militaire toren in de bezette Westelijke Jordaanoever

Omdat AZG de veiligheid van zijn teams buiten de stad niet langer kan garanderen, heeft de organisatie al haar activiteiten geconcentreerd in één kliniek in Nablus, waar patiënten persoonlijk worden gezien. Alle mobiele activiteiten, met name in Qalqilya en Tubas, werden opgeschort. Als Rana een afspraak voor geestelijke gezondheidszorg wil, moet ze de verplaatsing maken van Azzoun Atma naar Nablus, wat bijzonder moeilijk is.

session de santé mentale

"Werk rond geestelijke gezondheid gebeurt van mens tot mens. Niet via de telefoon", zegt Shorouq Al-Madmooj, een sociaal werkster die al 22 jaar voor AZG werkt. "We willen dat onze patiënten naar Nablus komen om zorg te krijgen, omdat ze die nodig hebben. Maar tegelijkertijd willen we hen niet in gevaar brengen."

Wat Shorouq door de jaren heen bij de patiënten van AZG heeft waargenomen, is een geleidelijke achteruitgang.

"De problemen waarmee mensen vroeger werden geconfronteerd, waren veel eenvoudiger", legt ze uit. "Vandaag zijn de moeilijkheden veel complexer. Zowel voor kinderen als voor volwassenen."

Psychologische problemen doen zich op steeds jongere leeftijd voor. Bij de jongsten uiten ze zich in bedplassen of hyperactiviteit, veroorzaakt door "de angst voor militaire invallen".

"Helaas is de dood iets gewoons geworden in onze regio. We weten niet wat morgen zal brengen", zegt Al-Madmooj.

"Alsof de geur van bloed er nog hangt"

Mariam is 25 jaar oud. Ze komt uit het kamp Nur Shams, in Tulkarem, in het noorden van de Westelijke Jordaanoever. De weg van daar naar Nablus is volgens haar "moeilijk, vol omwegen, erg lang en uitputtend".

Ze kwam onlangs uit een lange periode van depressie.

"Nadat de oorlog begon [het Israëlische offensief in Gaza in 2023], voelde ik de drang om iets te veranderen, om iets te doen waarvan ik wist dat ik het kon."

Ze volgde de ene opleiding na de andere: eerste hulp, hulpverlener bij noodsituaties, gevorderde eerste hulp en vervolgens een examen in medische spoeddiensten, samen met verpleegkundestudenten, waarop ze een hoge score behaalde. Uiteindelijk begeleidde ze ambulances tijdens invallen in het kamp om gewonden te helpen.

"Zelfs met onze herkenbare vesten waren we niet beschermd", vertelt ze. "Hulpverleners, journalisten, niemand was veilig. Mensen werden in hun eigen huis gedood, simpelweg omdat ze uit het raam keken."

Op 21 januari 2025, twee dagen nadat een staakt-het-vuren in Gaza van kracht werd, lanceerde het Israëlische leger de militaire operatie Iron Wall op de Westelijke Jordaanoever. De eerste inval vond plaats in het kamp van Jenin, vervolgens in Tulkarem en ten slotte in Nur Shams op 9 februari. Binnen enkele weken was bijna de volledige bevolking van deze kampen ontheemd. Mariam was een van hen.

Tijdens een tijdelijk verblijf in Bal'a, een nabijgelegen dorp, hoorde ze op een dag dat soldaten het ouderlijk huis hadden ingenomen en het tot militaire zone hadden uitgeroepen.

"Plots besefte ik dat ik nergens meer heen kon."

Een jaar nadat de operatie begon, waren de kampen nog steeds bezet, waren Israëlische troepen er nog aanwezig en gingen de sloopbevelen verder. Volgens satellietbeelden die door de VN werden geanalyseerd, was in mei 2025 al ongeveer 35 procent van Nur Shams verwoest.

Toen Mariam kon terugkeren, trof ze haar huis zwaar beschadigd aan, maar nog overeind. Dat van haar zus was verdwenen; zij woont nu bij haar in.

"Er is geen kamp meer", zegt ze. "Het is een kerkhof geworden, omdat zoveel mensen er geliefden hebben verloren. Soms voelt het alsof de geur van bloed er nog altijd hangt."

Mariams verhaal gaat niet alleen over ontheemding en geweld. Het is een fragment van een beleid dat zichtbaar wordt op het niveau van het hele gebied.

Sinds januari 2025 zijn volgens UNRWA meer dan 33.000 mensen ontheemd geraakt uit de kampen van Jenin, Tulkarem en Nur Shams en hun omgeving. En 2025 was een recordjaar voor de uitbreiding van nederzettingen: 86 nieuwe buitenposten, 54 officieel goedgekeurde nederzettingen en bijna 28.000 vergunde wooneenheden, volgens de Israëlische ngo Peace Now.

"Het is een bewust beleid van het opsluiten van de bevolking en territoriale versnippering", zegt Ribeiro. "Het doel is om een tweestatenoplossing onmogelijk te maken, met andere woorden: elke territoriale, sociale, economische en culturele continuïteit van de Westelijke Jordaanoever en van Palestina in het algemeen onmogelijk maken."